Het begin

“Herinnert ge nog de `Schoolakker` waarop aanvankelijk elf jonge kereltjes vol bezieling en met `n groot elan achter de bal aandraafden?”, zo vroeg een Baronie-enthousiasteling zich eind jaren `40 af in een artikel in de Baronie-Flitsen, doelend op de eerste voetbalstappen van een pasgeboren clubje in 1926, Vitesse genaamd.
Een echte club was het echter nog niet meteen. Gewoon elf voetballertjes, begeleid door een scheidsrechter, spelend in zelf (buiten de bond om) georganiseerde seriewedstrijdjes op een zandveldje genaamd `Schoolakker`, het huidige Schoolakkerplein in het Ginneken.

Vanuit historisch oogpunt valt er iets te zeggen voor het noemen van de namen van deze zogenaamde `Founding Fathers`: Verschuren; Rijppaert; van Opstal; Kleemans; Kuylaars; Adank; Sommer; de Kanter; Broekx; Bastiaansen; Elsevier. Zij waren de eerste spelers van een clubje, dat later Baronie zou gaan heten. Een bestuur hadden de jongelingen niet nodig; de aanvoerder regelde alles en administratieve, laat staan financiële zaken, waren nog van geen belang.

 
Vitesse waaruit later Baronie D.N.L. zou groeien.
Op de foto het “vitesse” elftal waaruit later Baronie D.N.L. zou groeien.

Boven vlnr Scheidsrechter Kools, Verschuren, Rijppaert en van Opstal
Midden vlnr Kleemans, Kuijlaars en Adank
Onder vlnr Sommer,de Kanter, Broeckx, Bastiaansen en Elsevier

Oprichting (1926)

Vele gaten laat de geschiedenis soms achter zeker ook die van Baronie. In de jaren 1926-1944, lopend vanaf de oprichting van de vereniging tot en met de bevrijding van Breda, is wel degelijk veel gebeurd. De wording van een echte vereniging, de promoties op sportief gebied, voetballen in de jaren van crisis, de invloed van de kerk en de ruim vier jaar durende bezetting.

Stof genoeg, zo zou je denken, om daar iets moois van te maken. Helaas, het blijkt dat juist van dat eerste tijdperk maar weinig materiaal bewaard is gebleven.
Periodes van vele jaren niets, waar na er plotseling een foto uit 1939 opduikt van het derde elftal van Baronie dat zojuist kampioen is geworden. Zo ook de periode van de bezetting: er komt nauwelijks materiaal boven water dat ons zou kunnen helpen een goed beeld te vormen van de omvang van de vereniging in de jaren `40-`44, het aantal elftallen, de consequenties voor Baronie van de vlucht uit Breda in 1940, de clubbestuurders tijdens de oorlog, de bemoeienis met de competitie door de Duitse bezetter etc.

Wat rest is een uitermate fragmentarische stukje geschiedenis. Enkele anekdotes leveren slechts een kleine bijdrage aan het begrip van hoe het nu eigenlijk echt was in de jaren dertig en veertig.

Voetbal in het Ginneken (1926)

Reeds voor 1926 was er sprake van min of meer georganiseerd voetbal in Ginneken. De Bredasche Courant bericht al in oktober 1899 (!) van een wedstrijd die gespeeld zou worden tussen de Ginnekensche Voetbalvereeniging (G.V.V.) en het Bredase N.O.A.D. (Nooit Opgeven Altijd Doorgaan).

Het duel werd gespeeld op een terrein tussen de huidige Cartier van Disselstraat en Burgemeester Pastoorsstraat, daar waar later een kwekerij gevestigd zou worden. Dit terrein werd zelfs een heus sportpark door de aanleg van een houten wielerbaan, met in het midden dus het veld van N.O.A.D. In december van datzelfde jaar treft men nog een bericht aan over een wedstrijd van G.V.V.`Sparta` tegen de Bredasche Football Club. Hierna wordt er niets meer vernomen van een club die G.V.V. of Sparta heet.

In de eerste decennia van de twintigste eeuw ontstonden nog diverse andere kleine clubjes, waaronder de Ginnekensche Voetbalvereeniging G.V.C., die in 1921 door ene A.Poppelaars uit de Tramstraat, tegenwoordig Saksen Weimarlaan, werd opgericht.
G.V.C. speelde aanvankelijk aan de Speelhuislaan, maar kreeg vervolgens toestemming om van een deel van het `Schoolakker` gebruik te maken. `Schoolakker` moet in die tijden een populair begrip zijn geweest onder voetbal-liefhebbers, want ook het Ginnekense M.A.A.S. (Machtig Als Allen Samen) speelde daar in de jaren dertig wedstrijdjes.

Uit de directe omgeving van de Valkenierslaan stamde ook nog het toepasselijke `Valk`. Laatstgenoemde was een wat grotere vereniging, die zelfs met verschillende elftallen speelde in competities van de Roomsch-Katholieke Voetbalbond (R.K.V.).

Op 4 juni 1926 werd zoals gezegd Vitesse opgericht en in datzelfde jaar werd in de buurt van de Zandbergweg `Hilaritas` gesticht, kort na de oprichting toetredend tot de R.K.V. In 1930 kreeg deze club een terrein toegewezen aan de Galderseweg, pal achter de Ginnekense wielerbaan, om in 1933 te verhuizen naar een ruimte tussen de Ploegstraat, Franklin Rooseveltlaan en de Burgemeester Buysenstraat.
En dan is er nog De Nederlandse Leeuw (D.N.L.), die in 1941 samen zou gaan met Baronie. Deze club speelde reeds op een terrein aan de Blauwe Kei(!).

Over bovengenoemde Ginnekense verenigingen is weinig historische informatie terug te vinden en veel blijft dus onduidelijk. Wat wel duidelijk is, is dat al deze clubs voor het begin van de Tweede Wereldoorlog verdwenen waren. Baronie echter, onder welke naam dan ook, zou voortleven.

De kerk en het voetbal (1926)

Waren het eerst militairen geweest die het voortouw hadden genomen in de ontstaansgeschiedenis van het voetbal in en om Breda – zo werden al aan het einde van de negentiende eeuw de `militaire` voetbalclubs Velocitas en B.V.V. Nolharding opgericht – deze rol werd in de nieuwe eeuw overgenomen door de Rooms-katholieke kerk.

Zo ontstonden voetbalclubs op Rooms-katholieke grondslag, waarvan Bredania (veel later de compagnon van V.V. Mastbosch en dus eigenlijk Baronie) de eerste was. Dit vond niet plaats op initiatief van de in die tijd o zo machtige bisschoppen, die gewoon waren van bovenaf vele facetten van het dagelijkse leven te beïnvloeden, nee, het was het werk van kapelaans, die de middenstands- en arbeidersjeugd via het voetbalspel voor het geloof wilden behouden.

De beroemdste van hen zou wel kapelaan W.J.C. Binck, later wel de `voetbalmissionaris`genoemd, gaan worden. Hij was het die in 1912 Bredania oprichtte uit het Bredase Vitesse (niet te verwarren met de eerste naam van ons eigen Baronie), de club in 1914 `katholiek` maakte en hiermee de eerste katholieke voetbalclub van Breda het licht liet zien.

Dit bracht echter een probleem met zich mee. Bredania was zojuist gepromoveerd uit de Brabantsche Voetbalbond (B.V.B.) naar de Nederlandsche Voetbalbond (N.V.B.), maar de N.V.B. wenste geen verenigingen op confessionele grondslag toe te laten, waarna Bredania het seizoen 1914-1915 in de B.V.B. bleef spelen, de promotie ten spijt.
Kapelaan Binck, inmiddels geestelijk adviseur van Bredania, richtte toen de Roomsch-Katholieke Voetbalbond op. Samen met onder meer Concordia en D.O.S. uit Roosendaal en Victoria uit Bergen op Zoom speelde Bredania in een roomse competitie.

Al snel werd echter duidelijk dat de Bredase club nauwelijks tegenstand ondervond van de anderen. Er zat niets anders op dan toch maar dispensatie te vragen aan de N.V.B. om zich aan te sluiten bij de `grote bond`. Daarna trad in het seizoen 1917-1918 Bredania aan in de 2e klasse Zuid van de N.V.B., samen met onder andere de tweede teams van N.A.C. en Velocitas.

Speelde de Rooms-katholieke kerk een niet weg te denken rol in het dagelijkse bestaan van de mensen, dan gold dit uiteraard ook voor de vrijetijdsbesteding.

De verzuilde samenleving liet overal haar sporen achter en in Brabant, voor Breda en Ginneken betekende dit dat recreatieclubs, waaronder voetbalverenigingen, veelal de initialen R.K. voor de naam kregen. Voor Baronie, zoals we verderop zullen zien, was wat dit betreft geen uitzonderingspositie weggelegd. Al is het opvallend dat pas na de Tweede Wereldoorlog de rol van geestelijken binnen de club belangrijker werd en er bijvoorbeeld gesproken kon worden van een echte `Baroniekapelaan` in de persoon van broeder Hyacinthus, waarover later meer.

Een eigen naam, een eigen veld (1927)

De naam Vitesse mocht niet meer gevoerd worden en de club werd omgedoopt in `V.V. Mastbosch`, een naam die meer eer deed aan de afkomst van het voetbalgezelschap.
Samen met voetbalvereniging `De Zwartjes` werd in Ulvenhout een ander zandterrein in gebruik genomen; de Schoolakker had definitief afgedaan voor Baronie in spé.

Een stal bij het plaatselijke Café de Jong deed dienst als kleedlokaal, een ongekende luxe voor gasten die gewoon waren zich thuis of bij de buren om te kleden en te wassen. Bij Café de Jong hadden ze ook nog een pomp ter beschikking!

Alhoewel men in het debuutjaar 1927-1928 matig presteerde, werd een jaar later het kampioen-schap in de 3e klasse B.V.B. gevierd. Vervolgens mocht voetbalvereniging Mastbosch een klas overslaan en startte het in de le klasse B.V.B.

De sportieve stijgende lijn zette zich voort, want in het seizoen 1928-1929 werd men maar liefst tweede op de ranglijst in die le klasse. In datzelfde seizoen werd opnieuw een nieuw terrein betrokken. Dit maal was het een weiland van ene boer Van Haperen, waar een `planken tentje` dienst deed als kleedruimte.

Het nieuwe terrein lag naast kasteel Bouvigne aan de Galderse weg, vroeger wel het Bouvignelaantje genoemd. Oud-speler Gerrit Govaerts schrijft in de Baronie-Flitsen van 21 oktober 1948, toen Baronie al weer vele jaren op `Moederheil` speelde het volgende:

“Wanneer we thans een bezoek aan `t Baronieterrein brengen met zijn prima accommodatie, overdekte tribune, grote staantribune en keurig onderhouden speelveld met fraaie grasmat, dan gaan onze gedachten terug naar de periode waarin Baronie nog op `Bouvigne` speelde, waar de spelers zelf de lijnen kalkten, netten hingen en het handjevol bezoekers, trouwe supporters, hun entreekaartje aan een tafeltje onder de oude bomen van het Bouvignelaantje kochten.”

De Vrachtwagen (1932)

De Vrachtwagen – in het betreffende pand op het `martje` is al sinds het einde van de Middeleeuwen een café gevestigd – was niet meer dan een paar honderd meter verwijderd van het voetbalveld aan de Galderseweg en gezien het feit dat `op Bouvigne` geen kantine aanwezig was, werd Café De Vrachtwagen al snel gebombardeerd tot het informele clubhuis van de voetbalvereniging Mastbosch en later Baronie.

Ook de persoonlijke band met de uitbaters van het café, met alle respect bekend als Moeke en Boerke Verschuren, dient hier vermeld te worden. De familie Verschuren zou jarenlang allerlei hand- en spandiensten verrichten voor Baronie en voor de in 1937 opgerichte supportersvereniging.

Reizen naar uitwedstrijden voor zowel supporters als spelers begonnen steevast bij De Vrachtwagen en wanneer Baronie weer eens iets gewonnen had en er dus gefeest moest worden, dan was De Vrachtwagen the place to be. De naam Verschuren leeft nog steeds voort in het huidige Café Boerke Verschuren in hetzelfde pand en tot in de eenentwintigste eeuw is het café op de Ginnekenmarkt de gelegenheid gebleven waar gefeest wordt door de Baronnen.

In 1929 zag de naam `Baronie`, of eigenlijk `R.K.V.V. Baronie`, dan eindelijk het levenslicht; een fusie met het Bredase Bredania van kapelaan Binck ging hieraan vooraf. Onder de nieuwe naam kon men beginnen in de 2e klasse van de Nederlandsche Voetbalbond, die in dat zelfde jaar het predikaat `Koninklijk` kreeg.

We schrijven het begin van de jaren dertig en de club van kwajongens was intussen uitgegroeid tot een volwaardige voetbalvereniging met alles wat daarbij hoort. Begonnen met een enkel elftal op de Schoolakker, groeide Baronie uit tot een club met meerdere elftallen in het begin van de jaren dertig.

In die beginjaren was er nog geen sprake van een aparte jeugdafdeling, maar werd er simpelweg `doorgeteld`. De jongste spelertjes vormde het laagste Baronieteam, de beste senioren speelden in Baronie 1.

Niet in de laatste plaats paste ook een eigen veld bij die nieuwe status. De vereniging Baronie kreeg in 1932 de mogelijkheid om voor f 120,- per jaar van de gemeente Ginneken en Bavel een terrein te huren aan de Valkenierslaan 37, achter `Moederheil`, een opvangtehuis voor ongehuwde moeders en voor de opleiding van vroedvrouwen.

Het tehuis werd toen bediend door de `Kleine Zusters van de H. Joseph` uit Heerlen. Een heuse kleedkamer met buffet werd in gebruik genomen en ondanks het feit dat men in het donker moest trainen en de wedstrijdbespreking met behulp van een petroleumlampje moest volgen, was de verbetering ongekend.

Ook sportief succes was er opnieuw voor Baronie, toen in het seizoen 1933-1934 – na vele magere jaren – het kampioenschap in de 2e klasse A van de K.N.V.B. behaald werd en men naar de le klasse promoveerde. Het als uiterst sterk bekend staande H.E.R.O. werd in de kampioenswedstrijd met 3-2 verslagen, nadat de Baronnen overigens met 0-2 hadden achtergestaan.

 
1929 In Goirle tegen S.C.G.-Mastbosch 3-4
1929 In Goirle tegen S.C.G.-Mastbosch 3-4

Piet van Dun, Smeekens, Jan Verschuren, Dré van der Reijt, Jef Broekx, Vermeulen, Bert Bartels, Peut van Pelt, Jan Sprangers, Kees Kimmel, Geert Brouwers, Vlam van Gils

De crisis van de jaren dertig (1937)

De crisis van de jaren dertig had ook in Breda een ongekende werkloosheid tot gevolg en armoede zou een bekender begrip worden, ook voor hen die het nooit eerder meemaakten. Met name in de tweede helft van de jaren dertig werd de crisis steeds zichtbaarder en namen werkloosheid en daarmee de armoede toe. Ook Baronie ondervond de gevolgen van de crisis. Eind jaren `30 daalde het aantal leden schrikbarend, evenals het aantal vaste supporters dat gewoon was naar Baronie te gaan kijken en mee te reizen naar uitwed-strijden.

In weerwil van dit alles werd in 1937 een supportersvereniging opgericht die meteen liefst 73 inschrijvingen kon noteren. Voetbal was nu eenmaal inmens populair bij de mensen, waarvoor het dorp en omgeving grote belangstelling bleef tonen. Het moge duidelijk zijn dat in het televisie-loze tijdperk een ander recreatiepatroon bestond bij de bevolking dan tegenwoordig. Voetbal was de ultieme, zo niet de enige, uitlaatklep voor de mensen.

De crisis dreigde echter ook voor de zojuist verenigde supporters roet in het eten te gooien. Armoede was aan de orde van de dag en voetbal was even niet meer de belangrijkste bijzaak van de wereld.

De onzekerheid die de crisis veroorzaakte, versterkt door de oorlogsdreiging, hield de gemoederen meer bezig. Hoe te juichen voor iets banaals als een voetbalclub als de vraag rijst hoe er de volgende dag brood op de plank moet komen? Uitwedstrijden van Baronie werden nog wel bijgewoond door fans, maar op een veel kleinere schaal dan men gewoon was in die jaren vlak daarvoor.Wat betreft de jaren dertig is er na de kampioenstitel van `33-`34 sportief gezien weinig bekend over het reilen en zeilen van Baronie.

Uit het beschikbare historisch materiaal is op te maken dat er gewoon doorgevoetbald werd in die jaren, evenals dat later het geval zou zijn gedurende de bezettingsjaren; maar feitelijke gegevens over wedstrijden, competities, klasseringen, et cetera ontbreken simpelweg.

De bezetting deel 1 (1941)

Brachten de crisisjaren armoede en uitzichtloos-heid, nog onzekerder werd het voor de mensen toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak. Voor de oorlogsjaren geldt echter hetzelfde als voor de crisis van de tweede helft van de jaren dertig: opvallend weinig materiaal over en van Baronie is bewaard gebleven en fragmentarische feiten moeten· ons helpen een beeld te scheppen van die periode.

Zo wordt in een historisch overzicht van het jubileumboekje ter ere van het vijfentwintigjarige bestaan van de supportersvereniging van Baronie wel gesproken van …”de verschrikkelijke oorlog, welke ook van de Baroniefamilie zijn slachtoffers had geëist…”.

Maar er wordt niet in detail getreden over wie die slachtoffers waren, hoe zij aan hun eind kwamen en wat de directe reden hiervan was. Voor het overige zijn wij aangewezen op enkele anekdotes over die moeilijke jaren onder het juk van de Duitse bezetting.

In 1941 fuseerde Baronie met V.V. De Nederlandsche Leeuw, waardoor de club voor een aantal jaren Baronie-D.N.L. zou gaan heten, en men mocht starten in de 2e klasse van de K.N.V.B. De club met de naam De Nederlandsche Leeuw (D.N.L.) was op haar beurt weer voortge-komen uit een samengaan van een schoolelftal onder leiding van de reeds eerder genoemde broeder Hyacinthus, van beroep leraar, en V.V. La Chapelle dat onder leiding van geestelijk adviseur pastoor Driessen stond.

La Chapelle bezat geen jeugdteams en broeder Hyacinthus werd door Driessen gevraagd zijn jongens, die de seniorenleeftijd bereikt hadden, aan La Chapelle over te dragen.

Dit liep aanvankelijk niet zo goed, maar tenslotte kwam men overeen tot een combinatie over te gaan onder de naam De Nederlandsche Leeuw.Het gegeven dat D.N.L. en Baronie zeer dicht bij elkaar in de omgeving voetbalden, was de directe aanleiding om de twee clubs samen te laten gaan en zo ontstond in 1941 Baronie-D.N.L. Broeder Hyacinthus zou een begrip worden binnen Baronie; iemand die onlosmakelijk verbonden was met Baronie, waar hij tal van werkzaamheden op zich nam. Maar hij zou toch vooral bekendheid verwerven als man van en voor de jeugd.

In het oorlogsjaar 1942 werd Baronie-D.N.L. al meteen kampioen in de 2e klasse K.N.V.B. Een mijlpaal voor zowel de voetbalclub als de supportersvereniging, maar de vreugde werd grotendeels getemperd door het gegeven dat de K.N.V.B. niet toestond dat Baronie-D.N.L. naar de zo gewenste le klasse promoveerde. Welke exacte redenen hieraan ten grondslag lagen blijven onduidelijk.

De bezetting deel 2 (1960)

In het gedenkboek ter gelegenheid van de opening van het nieuwe Baronieterrein aan de Blauwe Kei in 1960, schrijft Rinus Broeders, oud-aanvoerder van Baronie 1, hierover wel het volgende:

“Er waren enkele lieden in de voetbalwereld die het met deze regeling (promotie) niet eens waren en deze lieden wisten het met de bezettende macht zo te bepalen, dat de regeling ongedaan werd gemaakt. ”
Baronie, als we de heer Broeders mogen geloven, werd dus het slachtoffer van een samenzwering tussen met de Duitsers collaborerende K.N.V.B.-bestuurders en de bezetters…

 
M.Broeders linksback van Baronie en het Ned. Politie-elftal
M.Broeders linksback van Baronie en het Ned. Politie-elftal

Hoe het allemaal precies in zijn werk ging, voetballen in oorlogstijd, blijft grotendeels onduidelijk. Wel zijn er anekdotes, ooggetuigen-verslagen, die misschien niet altijd als even betrouwbaar mogen worden bestempeld, maar die wellicht toch een aardig beeld schetsen.

Zo zijn er de verhalen over trainingen onder barre omstandigheden en de uitwedstrijden die Baronie diende af te werken in de oorlogsjaren. Een voorbeeld vormt een penode in het seizoen 1941-1942. Rinus Broeders:

“Het seizoen verliep voor onze vereniging goed en met R.K.T.V.V. uit Tilburg waren wij de kanshebbers. In verband hiermede werd door het Bestuur besloten om extra te trainen. Dat was gauw gezegd! Maar hoe wilde men trainen? Zoals men weet was er in die tijd een verduisteringsverbod en zaaltraining was niet voldoende. Er werd dan ook besloten bij lichte maan op het Baronieterrein te trainen. Zo kon men ons dan in het maanlicht over het terrein zien lopen, springen, en al wat bij training zonder bal voorkomt. Het gebeurde dan ook wel eens dat als er een speler te dicht bij de afrastering van het terrein liep, hij er tegenaan botste tot grote hilariteit van de medespelers. De kameraadschap onder de spelers was altijd 100%.

Het seizoen naderde zijn einde en R.K.T.V.V. en wij stonden nummer een en twee op de ranglijst. De belangrijke wedstrijd R.K.T.V.V.-Baronie kwam in zicht en wij besloten, koste wat kost, deze wedstrijd te winnen. De training bij lichte maan werd dan ook steeds intensiever.

De zondag dat wij tegen R.K.T.V.V. moesten spelen was er geen ander vervoermiddel aanwezig dan de vrachtauto van de firma Van der Reyt, waarvan zoon Frans als spil in het eerste elftal speelde. Toen wij die zondagmorgen bij Verschuren tezamen kwamen, was het mooi zonnig weer. Na enig overleg besloten we om in plaats van met de vrachtauto, per fiets naar Tilburg te gaan. Wij kunnen U verzekeren, dat de fietstocht naar Tilburg en terug de mooiste fietstocht is geweest, die wij ooit gemaakt hadden. Wij hadden de wedstrijd gewonnen en het kampioenschap kon ons praktisch niet meer ontgaan. Kort en goed: wij werden kampioen en dus eersteklasser. Zo moest het zijn, maar het liep anders…

Broeders vervolgt:
“De toestand werd steeds moeilijker en vervoer per bus was er niet meer. Geen nood, de verhuizer Van de Bergh en de firma Van der Reyt waren er ook nog. Een rit met de verhuisauto van Van de Bergh willen we u niet onthouden. Dit was de wedstrijd in Schijndel tegen de club van die naam. De verhuisauto bestond uit truck met oplegger. U begrijpt, dat de chauffeur zo maar niet te bereiken was. Indien men de chauffeur wilde laten weten dat men hem nodig had, werd er met alle macht op de wand van de auto geklopt. Het leek dan wel of er een paukenorkest bezig was (hij vergat dit wel eens opzettelijk te horen). Hij stopte de auto en kwam kijken wat er aan de hand was. Hij zag dit echter meteen want het spreekwoord `Een Hollandse jongen…` kon hij dan met eigen ogen aanschouwen…

Alle (vervoers)moeilijkheden ten spijt, konden toch nog enkele supportersreizen naar uitwedstrijden georganiseerd worden; iets wat in de seizoenen 1943-1944 en 1944-1945 niet meer mogelijk bleek.

In het laatste jaar van de oorlog was voedsel in Breda weliswaar niet zo`n groot probleem als dat in de Randstad het geval was. Echt overvloedig was de voedselvoorziening echter niet, en sporten met een lege maag was ook toen moeilijk. Voor de laatste maal Broeders over Baronie tijdens de bezetting: “Met het eten was het in die tijd al even droevig gesteld. Dit werd des zondags, als wij moesten spelen, onder-vangen door de voorzitter, de Heer Drs. Max van Iersel, die helaas op zo tragische wijze door een noodlottig ongeval uit zijn gezin en onze vereniging zou worden weggerukt. Wanneer wij des zondags moesten spelen, kwam de Heer van Iersel met zijn door ons zo begeerde koffertje opdagen. In dat koffertje zaten dan voor iedere speler en reserve twee boterhammen met ham belegd, alsmede voor iedere speler en reserve 1 of 2 repen chocolade.

Hiermede willen wij maar zeggen, dat er niets onbeproefd werd gelaten om de geest en de band in onze vereniging, ondanks de moeilijke omstandigheden, in tact te houden. Dit was dan de periode tijdens de bezetting.”

Clublied

1e couplet:
Er is een voetbalclub in t zuiden,
in de mooie stad Breda.
Waar de leden eensgezind zijn,
jong en oud zeggen dat na.
In de kleuren der vereniging,
goed gekend door ieder lid
zien wij op de voetbalvelden
t allerliefste ons Groen-Wit!

Refrein:
Baronie, Baronie,
Steeds sportief in opgewekte harmonie.
Onze club zal nooit vergaan,
staan we laatst of bovenaan.
Baronie, Baronie, Baronie.

2e couplet:
De supporters zijn present,
ook luide moedigen zij aan.
Hoort men dikwijls hoopvol zingen:
“Baronie komt bovenaan”.
Nooit gaat hun de moed verloren.
De supporters falen niet.
Als hun elftal gaat winnen,
zingen zij spontaan dit lied.

Refrein:
Baronie, Baronie,
Steeds sportief in opgewekte harmonie.
Onze club zal nooit vergaan,
staan we laatst of bovenaan.
Baronie, Baronie, Baronie.

3e couplet:
Voetbalenthousiasten,
komen zondags naar het veld van eer.
Willen Baronie zien winnen,
anders komen zij niet meer.
Maar als zij t Groen-Wit zien spelen,
draait de stemming wondersnel.
Komen onder de bekoring,
van het edele voetbalspel!

Refrein:
Baronie, Baronie,
Steeds sportief in opgewekte harmonie.
Onze club zal nooit vergaan,
staan we laatst of bovenaan.
Baronie, Baronie, Baronie.